Beantwoord alle vragen! Als je geen antwoord weet kies dan het meest waarschijnlijke. Succes.
Een blokje hangt stil aan een veer. De veer is dan 15 cm lang. Je trekt het blokje 5 cm omlaag en laat het los waarna het met 2,0 Hz gaat trillen. Je wilt de uitwijking in cm berekenen na 3,0 s. In BINAS staat u(t) = Asin(2πft) Hoe bereken je deze uitwijking?
u = 5,0cos(2π.2,0.3,0)
u = 5,0sin(2π.2,0.3,0)
u = -5,0sin(2π.2,0.3,0)
u = -5,0cos(2π.2,0.3,0)
De tijdbasis is 2 ms/div. Hoe groot is de periode?
18 ms
4,5 ms
20 ms
9 ms
Je ziet het scherm van een oscilloscoop. De periode van het signaal is 20 ms. Hoe groot is de tijdbasis?
5 ms/div
0,2 ms/div
200 ms/div
0,5 ms/div
Je ziet de uitwijking-tijd grafiek. Hoe bepaal je de maximale snelheid?
Met u(t) = Asin(2πft)
Met v max = 2πA/T
Met de oppervlakte tussen t = 0 en t = ¼ T
Met de richtingscoefficient van de raaklijn op t = 0
Met de richtingscoefficient van de raaklijn op t = ¾ T
Met de oppervlakte tussen t = 0 en t = ½ T
Aan een veer hangt een bakje van 0,10 kg (~1,0 N). De veer is dan 0,10 m lang. Als je 0,2 kg ( ~2,0 N) in het bakje legt wordt de veer 0,15 m lang. Volgens BINAS geldt T = 2π√m/C. Welke waarden vul je in voor m?
0,3 kg
0,1kg
0,2 kg
3 N
1 N
2 N
Van een trillende massa aan een veer is de maximale kinetische energie 20 J. Hoe groot is de maximale veerenergie en hoe groot is de maximale energie?
Eveer,max = 20 J en Emax = 20 J
Eveer,max = 0 J en Emax = 20 J
Eveer,max = 20 J en Emax = 40 J
Eveer,max = 0 J en Emax = 20 J
Van een trillende massa aan een veer is de maximale energie 20 J. Hoe groot is de kinetische energie en hoe groot is de veerenergie in de evenwichtstand?
Ek = 20 J en Eveer = 0 J
Ek = 20 J en Eveer = 20 J
Ek = 0 J en Eveer = 20 J
Ek = 10 J en Eveer = 10 J
Een veer is 10 cm lang. je hangt er 50 g aan waardoor de veer 15 cm lang wordt. Vanuit deze evenwichtstand trek je de massa 3 cm omlaag en laat het los. Hoe groot is in de onderste stand de uitrekking, de uitwijking en de amplitude?
De uitrekking = 3 cm, de uitwijking = - 3 cm, de amplitude = 3 cm
De uitrekking = 8 cm, de uitwijking = - 3 cm, de amplitude = 3 cm
De uitrekking = 3 cm, de uitwijking = - 3 cm, de amplitude = 3 cm
De uitrekking = 3 cm, de uitwijking = 3 cm, de amplitude = 3 cm
De uitrekking = 8 cm, de uitwijking = 3 cm, de amplitude = 3 cm
De periode van een trilling is 2 ms. Hoe groot is de frequentie?
500 Hz
0,5 Hz
2 Hz
50 Hz
Welke grootheden zijn 0 en welke grootheden zijn maximaal in de evenwichtstand?
nul: u, a, Fr, Ev . . . . . . . . . . . max: v, Ek
nul: u, Ev . . . . . . . . . . . . . . . . max: v, a, Fr, Ek
nul: u, v, a , Ev . . . . . . . . . . . .max: Fr, Ek
nul: u, a, Fr, Ek . . . . . . . . . . . max: v, Ev
Je ziet de snelheid-tijd grafiek. Hoe bepaal je de amplitude?
Met u(t) = Asin(2πft)
Met v max = 2πA/T
Met de oppervlakte tussen t = 0 en t = ¼ T
Met de richtingscoefficient van de raaklijn op t = ¼ T.
Met de oppervlakte tussen t = 0 en t = ½ T.
In de figuur zie je drie grafieken (rood, blauw en zwart) die horen bij een trillende massa aan een veer. Welke grafiek hoort bij welke kracht?
Fv (rood), Fr (zwart) en Fz (blauw)
Fv(rood), Fz (zwart) en Fr (blauw)
Fz (rood), Fr (zwart) en Fv (blauw)
Fz (rood), Fv (zwart) en Fr (blauw)
Fr (rood), Fv (zwart) en Fz (blauw)
Fr (rood), Fz (zwart) en Fv (blauw)
In de figuur zie je drie grafieken (rood, blauw en zwart) die horen bij een trillende massa aan een veer. Hoe groot is de krachtconstante?
0,1 N/cm
2 N/cm
3 N/cm
10 N/cm
5 N/cm
3,3 N/cm
Aan een koord van 100 cm hangt een blokje van 200 g en 10 cm lengte. De periode kun je berekenen met T = 2π√ℓ/g. Wat vul je in voor de waarde van ℓ?
ℓ = 100
ℓ = 110
ℓ = 105
ℓ = 1,0
ℓ = 1,05
ℓ = 1,10
Aan een veer hangt een bakje van 0,10 kg (~1,0 N). De veer is dan 0,10 m lang. Als je 0,2 kg (~2,0 N) in het bakje legt wordt de veer 0,15 m lang. Volgens BINAS geldt T = 2π√m/C en C = F/u. Welke waarden vul je in de tweede formule in voor C?