Beantwoord alle vragen! Foute keuze? Kies dan opnieuw! Succes.
In de figuur zie je een schakeling. Je wilt de stroomsterkte meten en de spanning over het lampje. Hoe moet je de stroommeter schakelen en hoe moet je de spanningsmeter schakelen?
De stroommeter in serie met het lampje. De voltmeter parallel met het lampje.
De stroommeter in serie met het lampje. De voltmeter in serie met het lampje.
De stroommeter parallel met het lampje. De voltmeter parallel met het lampje.
De stroommeter parallel met het lampje. De voltmeter in serie met het lampje.
In de figuur zie je een schakeling. Hoe groot is de stroom in R1?
0,050 A
9,0 V
6,0 V
3,0 V
0,025 A
In de figuur zie je een schakeling. R1 staat "achter" het lampje. Mag R1 er ook "voor"staan?
Mag wel, hoeft niet.
Nee.
Beter van wel.
De weerstand moet er voor.
In de figuur zie je een schakeling. Hoe groot is de spanning over R1 en hoe groot is de spanning over R2?
Over R1 staat 9,0 V en over R2 staat 9,0 V
Over R1 staat 4,5 V en over R2 staat 4,5 V
Dat hangt af van de waarde van R1 en van R2.
In de figuur zie je een schakeling. In BINAS vind je de formules U=IR, Rv = R1 + R2, Rv = 1/R1 + 1/R2, P=UI, E = Pt, R=ρℓ/A. Hoe groot is het vermogen van R1?
1,5 W
3,0 W
4,5 W
In de figuur zie je een schakeling. In BINAS vind je de formules U=IR, Rv = R1 + R2, Rv = 1/R1 + 1/R2, P=UI, E = Pt, R=ρℓ/A. Hoe groot is R1?
6,0 Ω
18 Ω
12 Ω
In de figuur zie je een schakeling. In BINAS vind je de formules U=IR, Rv = R1 + R2, Rv = 1/R1 + 1/R2, P=UI, E = Pt, R=ρℓ/A. Hoe groot is R3?
18 Ω
24 Ω
6,0 Ω
In de figuur zie je een schakeling. Hoeveel stroom levert de batterij?
0,3 A
0,6 A.
6,0 Ω
Een wasmachine van 3000 W is aangesloten op 230 V. Eén kWh kost 10 cent. Een wasbeurt duurt 2 uur. In BINAS vind je de formules U=IR, Rv = R1 + R2, Rv = 1/R1 + 1/R2, P=UI, E = Pt, R=ρℓ/A. Hoeveel moet je betalen aan het energiebedrijf?
60 cent
60.10³ cent
15 cent
1,5.10³ cent
Alleen bovenbouw! In BINAS vind je R=ρℓ/A Wat is de betekenis van A?
De doorsnede in m²
De dikte in m
De stroomsterkte
De omtrek
Ampère
Alleen bovenbouw! In BINAS vind je R=ρℓ/A Wat is de betekenis van ρ?
Soortelijke weerstand.
Dichtheid
Weerstand
Je krijgt een koperdraadje van 100Ω. De lengte is 1,0 m en de doorsnede is 4,0 mm². Je gaat er aan trekken zodat de lengte 4,0 m wordt en de doorsnede 1,0 mm² In BINAS vind je de formules U=IR, Rv = R1 + R2, Rv = 1/R1 + 1/R2, P=UI, E = Pt, R=ρℓ/A. Hoe groot wordt de weerstand nu?
1,6.10³ Ω.
1,0.10² Ω.
Alleen bovenbouw! Je krijgt een koperdraadje van 100 Ω. Je gaat er aan trekken waardoor de draad 4 keer zo lang en 2 keer zo dun wordt. In BINAS vind je de formules U=IR, Rv = R1 + R2, Rv = 1/R1 + 1/R2, P=UI, E = Pt, R=ρℓ/A. Wat gebeurt er met de soortelijke weerstand?
Die blijft hetzelfde.
2x zo groot
4x zo groot
8x zo groot
In een groepenkast bevindt een hoofdzekering van 100 A en drie groepzekeringen van elk 16 A. Hoeveel stroom kan er maximaal het huis binnenkomen zonder dat een zekering het begeeft?
48 A
100 A
16 A
2 A
148 A
In een auto zit een 12 V accu. Eén van de groepzekering is 3,0 A. In BINAS vind je de formules U=IR, Rv = R1 + R2, Rv = 1/R1 + 1/R2, P=UI, E = Pt, R=ρℓ/A. Hoe groot mag het vermogen van het lampje dat er op is aangesloten zijn?
36 W
3,0 W
0,25 W
In een auto zit een 12 V accu. Eén van de groepzekeringen is 3,0 A. In BINAS vind je de formules U=IR, Rv = R1 + R2, Rv = 1/R1 + 1/R2, P=UI, E = Pt, R=ρℓ/A. Hoe groot moet de weerstand van het lampje (hoogstens/minstens) zijn?
Minstens 4,0 Ω
Hoogstens 4,0 Ω
Hoogstens 36 Ω
Minstens 36 Ω
Hoogstens 0,25 Ω
Minstens 0,25 Ω
Reageert een aardlekschakelaar bij overbelasting?
Nooit.
Alleen als de stroom te groot wordt.
Alleen als de stroom groter is dan 30 mA.
Kan een aardlekschakelaar reageren bij kortsluiting?
Nee.
Ja
Alleen als de stroomsterkte groter is dan 30 mA.
De netspanning is 230 V. Een groepszekering is 16 A. De weerstand van een persoon op droge schoenen is 1000 Ω. Je staat op de grond en raakt de fasedraad aan. In BINAS vind je de formules U=IR, Rv = R1 + R2, Rv = 1/R1 + 1/R2, P=UI, E = Pt, R=ρℓ/A. Reageert de zekering?
Nee.
Ja want 16 A is dodelijk.
Ja want 230 V is dodelijk.
De netspanning is 230 V. Een groepszekering is 16 A. De weerstand van een persoon op droge schoenen is 1000 Ω. Je staat op de grond en raakt de fasedraad aan. De aardlekschakelaar is ingesteld op 30 mA. In BINAS vind je de formules U=IR, Rv = R1 + R2, Rv = 1/R1 + 1/R2, P=UI, E = Pt, R=ρℓ/A. Reageert de aardlekschakelaar?
Ja.
Ja want 16 A is meer dan 30 mA.
Ja want 230 V is dodelijk.
Je hebt lampje L1 (6V; 0,5 A) en lampje L2 (6V; 0,05A). Je wilt ze beiden laten branden zoals het hoort. Kan dat door ze in serie op een geschikte batterij aan te sluiten? Kan dat door ze parallel op een geschikte batterij aan te sluiten?
Parallel kan wel, in serie kan niet.
Parallel kan niet, in serie kan wel.
Parallel kan, in serie kan ook.
Parallel kan niet, in serie kan ook niet.
Hoe zijn elektrische apparaten thuis geschakeld?
Parallel.
In serie.
Sommige apparaten in serie, sommige apparaten parallel.
In de figuur zie je vier grafieken. Welke hoort bij een ohmse weerstand?
De paarse grafiek
De rode grafiek
De rode en de paarse grafiek
In de figuur zie je vier grafieken. In BINAS vind je de formules U=IR, Rv = R1 + R2, Rv = 1/R1 + 1/R2, P=UI, E = Pt, R=ρℓ/A.. Welke hoort bij een NTC weerstand?
De zwarte grafiek
De blauwe grafiek
In de figuur zie je een schakeling met twee meters. Wat zijn dat voor meters?
1 is een voltmeter; 2 is een ampèremeter
1 is een voltmeter; 2 is een voltmeter
1 is een ampèremeter, 2 is een ampèremeter
1 is een ampèremeter, 2 is een voltmeter
Door beschadiging van de isolatie komt de fasedraad in contact met het metalen gedeelte van de strijkbout. Stom genoeg zit de stekker met randaarde in een stopcontact zonder randaarde. Zal de zekering reageren? En de aardlekschakelaar?
De zekering reageert niet. De aardlekschakelaar reageert ook niet.
De zekering reageert niet. De aardlekschakelaar reageert wel.
De zekering reageert. De aardlekschakelaar reageert ook.
De zekering reageert. De aardlekschakelaar reageert ook niet.
Door beschadiging van de isolatie komt de fasedraad in contact met het metalen gedeelte van de strijkbout. De stekker met randaarde zit in een stopcontact met randaarde. Zal de zekering reageren? En de aardlekschakelaar?
De zekering kan reageren.. De aardlekschakelaar kan ook reageren.
De zekering reageert niet. De aardlekschakelaar reageert wel.
De zekering reageert. De aardlekschakelaar reageert niet.
De zekering reageert niet. De aardlekschakelaar reageert ook niet.
In de figuur zie je dat een lampje op een spanningsbron is aangesloten. Aan de +pool zit een draad van 2,0 mm² en aan de minpool een draad van 4,0 mm². In de dunne draad loopt 0,50 A en de elektronen hebben een snelheid van 0,60 mm/s. Hoe groot zijn achtereenvolgens de stroomsterkte en de snelheid in de dikke draad?
0,50 A en 0,30 mm/s
0,50 A en 1,2 mm/s
1,0 A en 0,30 mm/s
1,0 A en 1,2 mm/s
0,50 A en 0,60 mm/s
Bekijk de schakeling. Hoeveel lading loopt er door de lamp in 5,0 minuten? In BINAS vind je V = J/C en A = C/s.
1,5.10² C
2,5 C
3,0.10² C
3,0 C
4,5 C
In de figuur zie je een schakeling. In BINAS vind je de formules U=IR, Rv = R1 + R2, Rv = 1/R1 + 1/R2, P=UI, E = Pt, R=ρℓ/A. Hoe groot is de spanning over R1?
3,0 V
9,0 V
6,0 V
0,050 A
0,025 A
In de figuur zie je vier grafieken. In BINAS vind je de formules U=IR, Rv = R1 + R2, Rv = 1/R1 + 1/R2, P=UI, E = Pt, R=ρℓ/A. Hoe groot is de weerstand die hoort bij de paarse grafiek?
1,0.10² Ω
0,010 Ω
Dat ligt er aan bij welk punt op de grafiek je af leest.
In de figuur zie je vier grafieken. In BINAS vind je de formules U=IR, P=UI, E = Pt, R=ρℓ/A. Bepaal met de blauwe grafiek de weerstand bij 2,0 V en bij 6,0 V.
67 Ω en 1,0.10² Ω
67 Ω en 0,010 Ω
Dat kan niet want de grafiek is geen rechte.
0,015 Ω en 0,010 Ω
0,015 Ω en 1,0.10² Ω
Welke grootheden horen bij de eenheden V, A, W, Ω, J?
U, I, P, R, E
I, U, P, R, E
U, I, E, R, P
R, I, E, U, P
Een lamp is aangesloten op het lichtnet. In de keten is ook een schakelaar opgenomen. Hoe groot is de snelheid van de elektronen in de draad ongeveer als de schakelaar is gesloten?
1 mm/s
1 m/s
1 km/s
0 m/s
Gelijk aan de lichtsnelheid (300.000 km/s)
Als je 230 V 100 W lamp brandt is de stroomsterkte 0, 43 A. Hoe groot is de stroomsterkte bij het inschakelen?
Groter want de draad is nog koud.
Kleiner want de draad is nog koud.
Ook 0,435 A
Kleiner want de elektronen moet eerst op gang komen.
Kleiner want de stroom moet eerst op gang komen.
Je ziet twee weerstanden genummerd met 1 en 2. Welke heeft de grootste weerstand en welke heeft het grootste vermogen?
Beiden hebben een even grote weerstand. Weerstand 1 heeft het grootste vermogen.
1 heeft de grootste weerstand. 1 heeft het grootste vermogen..
1 heeft de grootste weerstand. 2 heeft het grootste vermogen..
2 heeft de grootste weerstand. 1 heeft het grootste vermogen..
Beiden hebben een even grote weerstand. Weerstand 1 heeft het kleinste vermogen.
Een weerstand van 20Ω staat in serie met een weerstand van 30Ω. In BINAS vind je de formules U=IR, Rv = R1 + R2, Rv = 1/R1 + 1/R2, P=UI, E = Pt, R=ρℓ/A. Bereken de vervanginsweerstand. Gebruik je GR.
50Ω
0,083Ω
12Ω
10Ω
Een weerstand van 20Ω staat parallel met een weerstand van 30Ω. In BINAS vind je de formules U=IR, Rv = R1 + R2, Rv = 1/R1 + 1/R2, P=UI, E = Pt, R=ρℓ/A. Bereken de vervanginsweerstand. Gebruik je GR.